Skip to content

    Kennisbank

    Begrippenlijst voor ERP, financiën en handel

    Korte uitleg in gewone taal van de begrippen die je tegenkomt bij een nieuw ERP, van grootboek tot go-live. Elk begrip begint met een definitie en laat daarna zien wat het in de praktijk betekent voor een mkb-bedrijf.

    A–Z

    Begrippen van A tot Z

    A

    Activa

    Alles wat je bedrijf bezit en wat waarde heeft, nu of straks: de bankrekening, de voorraad, wat klanten je nog schuldig zijn, maar ook machines en de bedrijfsauto. Het zijn de middelen waarmee je werkt en geld verdient. Op de balans staan die bezittingen onder de naam activa.

    Lees meer over Activa

    Afletteren

    Een betaling koppelen aan de factuur waar ze bij hoort, zodat zichtbaar is wat betaald is en wat nog openstaat. Zonder die koppeling weet je niet of een klant of leverancier nog iets schuldig is. Je doet het bij inkomende en uitgaande betalingen. In de boekhouding heet dat afletteren.

    Lees meer over Afletteren

    Afschrijving

    Een machine of bestelbus koop je één keer, maar je gebruikt hem jarenlang. Daarom neem je de aanschafprijs niet in één keer als kosten, maar verdeel je het bedrag over de jaren waarin het bedrijfsmiddel meegaat. Zo drukt de uitgave niet op één jaar. In de boekhouding heet dat afschrijving.

    Lees meer over Afschrijving

    Artikelnummer

    De unieke code die je zelf aan een product of dienst geeft, zodat het in offertes, orders, voorraad en facturen altijd om hetzelfde artikel gaat, ook als de omschrijving verandert. Zo zoek en koppel je snel. Die code heet een artikelnummer.

    Lees meer over Artikelnummer

    B

    Bankkoppeling

    Een vaste verbinding tussen je bankrekening en je boekhouding, waardoor je af- en bijschrijvingen vanzelf in het pakket verschijnen. Niemand hoeft meer een afschrift te downloaden, in te lezen of over te typen, en je ziet sneller wat er binnen is gekomen. In de boekhouding heet die verbinding een bankkoppeling.

    Lees meer over Bankkoppeling

    Btw verlegd

    Een regeling waarbij niet de verkoper maar de koper de omzetbelasting afdraagt. Op de factuur staat dan geen btw, maar wel een vermelding dat de heffing naar de afnemer is verschoven. De koper neemt het bedrag op in zijn eigen aangifte. Dat noemt men btw verlegd.

    Lees meer over Btw verlegd

    Btw-aangifte

    De periodieke opgave aan de Belastingdienst van de omzetbelasting die je aan klanten hebt berekend en die je zelf aan leveranciers hebt betaald. Het verschil maak je over of krijg je terug. De cijfers komen uit je boekhouding, en de opgave heet de btw-aangifte.

    Lees meer over Btw-aangifte

    C

    Cloud-ERP

    Bedrijfssoftware die niet op een eigen server in je kantoor draait, maar via internet bij de leverancier. Je logt in met een browser, ook thuis of onderweg, en updates komen vanzelf binnen. Je betaalt een abonnement in plaats van zelf servers en licenties aan te schaffen. De vakterm hiervoor is cloud-ERP.

    Lees meer over Cloud-ERP

    Crediteurenbeheer

    Alles wat je doet om de rekeningen van leveranciers op tijd en juist te betalen. Je ontvangt de facturen, controleert ze, bewaakt de betalingstermijn en houdt bij wat je nog moet betalen. Zo betaal je niet te vroeg en niet te laat. In de boekhouding heet dat crediteurenbeheer.

    Lees meer over Crediteurenbeheer

    Creditnota

    Een document waarmee je een eerder verstuurde factuur geheel of gedeeltelijk terugdraait, bijvoorbeeld bij een retourzending, een prijsfout of een korting achteraf. De klant betaalt dan minder of krijgt tegoed. Zo corrigeer je zonder de oorspronkelijke factuur te wijzigen. Boekhouders noemen dit een creditnota.

    Lees meer over Creditnota

    D

    Datamigratie

    Het overzetten van je bestaande gegevens, zoals relaties, artikelen en openstaande posten, van je oude pakket of je Excelbestanden naar het nieuwe systeem. Zo begin je niet met een lege administratie en blijft de historie waar je op rekent beschikbaar. Dat overzetten heet datamigratie.

    Lees meer over Datamigratie

    E

    E-facturatie (UBL)

    Een factuur die niet alleen een mens maar ook een computer kan lezen: bedragen, regels, datums en relatiegegevens staan als vaste velden in een bestand. Daardoor hoeft niemand ze over te typen en kan de administratie ze direct inlezen. Dat versturen en ontvangen van facturen heet e-facturatie.

    Lees meer over E-facturatie (UBL)

    EAN-code

    De streepjescode op een product met een nummer van doorgaans dertien cijfers, waarmee het product overal ter wereld hetzelfde herkend wordt, door jou, je leverancier en je klant. Scan je de code, dan weet het systeem direct om welk artikel het gaat. Dat nummer heet een EAN-code.

    Lees meer over EAN-code

    ERP

    Eén softwarepakket waarin een bedrijf zijn boekhouding, verkoop, inkoop, voorraad en projecten bijhoudt, zodat iedereen met dezelfde gegevens werkt. Je voert een order één keer in en de rest van het bedrijf kan erop doorwerken. Dat hoeft niet langer in losse Excel-lijsten en aparte programma's. In de bedrijfsvoering heet dit systeem een ERP.

    Lees meer over ERP

    G

    Go-live

    Het moment waarop je het nieuwe systeem echt in gebruik neemt voor je dagelijkse werk en de oude werkwijze loslaat. Vanaf dan boek, factureer en bestel je in het nieuwe systeem, met echte klanten en echte cijfers. Dat moment heet go-live.

    Lees meer over Go-live

    Grootboek

    Het overzicht waarin elk bedrag dat je bedrijf ontvangt of uitgeeft op de juiste plek is vastgelegd, per soort, zoals omzet, inkoop, huur, bank en schulden. Alle facturen, betalingen en correcties komen hier samen, zodat je altijd kunt terugzien waar een cijfer vandaan komt. In de boekhouding heet dat het grootboek.

    Lees meer over Grootboek

    Grootboekrekening

    Eén vakje in je boekhouding voor één soort geld, bijvoorbeeld omzet, huur, brandstof of de zakelijke bankrekening. Elke factuur en betaling wordt op zo'n vakje geboekt, zodat je later per soort kunt zien wat er is binnengekomen en uitgegeven. Een boekhouder noemt zo'n vakje een grootboekrekening.

    Lees meer over Grootboekrekening

    I

    IBAN

    Het rekeningnummer dat in heel Europa hetzelfde is opgebouwd: een landcode, een controlegetal, de bank en je eigen rekening. Daarmee weet de ontvangende bank precies welke rekening bedoeld is, ook over de grens. Een fout in één teken wordt vaak direct afgekeurd. Dat nummer heet een IBAN.

    Lees meer over IBAN

    ICP-aangifte

    Een lijst die je aan de Belastingdienst geeft van de leveringen en diensten aan bedrijven in andere EU-landen, per klant met het btw-nummer en het bedrag. Zo kan de overheid controleren of de ontvangende kant de btw correct heeft verwerkt. Die opgave heet de ICP-aangifte.

    Lees meer over ICP-aangifte

    Inkoopfactuur

    De rekening die een leverancier je stuurt voor goederen of diensten die je hebt afgenomen. Daarop staat wat je moet betalen, wanneer en op welk rekeningnummer. Voor jou is het een schuld en voor je boekhouding een kostenpost of een voorraadmutatie. Boekhouders noemen dit een inkoopfactuur.

    Lees meer over Inkoopfactuur

    Intracommunautaire levering

    Een verkoop van goederen aan een bedrijf in een ander EU-land, waarbij de goederen echt de grens over gaan. Voor zo’n zakelijke verkoop gelden aparte btw-regels, en je moet gegevens van de klant kunnen laten zien. Het heet formeel een intracommunautaire levering.

    Lees meer over Intracommunautaire levering

    J

    Journaalpost

    Eén boeking die vastlegt dat er iets is gebeurd met geld of waarde in je bedrijf, bijvoorbeeld een betaling, een verkoopfactuur of een correctie. Elke boeking heeft twee kanten die samen kloppen: waar het bedrag vandaan komt en waar het naartoe gaat. In de boekhouding heet zo'n boeking een journaalpost.

    Lees meer over Journaalpost

    K

    Kolommenbalans

    Een lijst met alle rekeningen uit je boekhouding naast elkaar, met per rekening wat er is geboekt en wat het saldo is. Het is de snelste manier om te controleren of alles klopt voordat je de jaarrekening maakt: de totalen van debet en credit moeten gelijk zijn. Boekhouders noemen die lijst een kolommenbalans.

    Lees meer over Kolommenbalans

    Kostendrager

    Datgene waaraan je kosten uiteindelijk wilt toerekenen, zoals een product, een order, een project of een dienst. Het antwoord op de vraag waarvoor de kosten zijn gemaakt. Zo zie je wat iets werkelijk kost en wat het oplevert. In de boekhouding heet dat een kostendrager.

    Lees meer over Kostendrager

    Kostenplaats

    Een onderdeel van het bedrijf waarop je kosten wilt zien, zoals een afdeling, een vestiging of een team. Door elke uitgave aan zo'n onderdeel toe te wijzen, zie je waar het geld heen gaat en wie erover gaat. In de boekhouding heet dat een kostenplaats.

    Lees meer over Kostenplaats

    Kostprijs

    Wat een product jou werkelijk kost voordat je er iets aan verdient: de inkoop van de grondstoffen of het artikel, plus de arbeid en de overige kosten die erbij horen. Het bedrag waartegen je de voorraad waardeert en waarmee je marge berekent, heet de kostprijs.

    Lees meer over Kostprijs

    M

    Maandafsluiting

    De vaste ronde waarmee je na elke maand zeker stelt dat alle boekingen erin staan, de bank klopt en de cijfers kloppen. Daarna zet je de maand dicht, zodat er niets meer verandert. Dat sluiten en controleren heet in de boekhouding de maandafsluiting.

    Lees meer over Maandafsluiting

    Memoriaal

    Een boeking die je niet op een factuur of bankafschrift baseert, maar zelf maakt om je cijfers recht te zetten. Denk aan het verdelen van een jaarpremie over de maanden, een afschrijving of de correctie van een fout. Boekhouders noemen zo'n handmatige correctieboeking een memoriaal.

    Lees meer over Memoriaal

    MRP

    Een planning die op basis van verwachte vraag, voorraad en lopende bestellingen uitrekent wat je wanneer moet inkopen of zelf moet maken, zodat je niet te veel of te weinig in huis hebt. Je ziet vooraf welke grondstoffen en onderdelen nodig zijn voor de geplande orders. In de productie heet dat MRP.

    Lees meer over MRP

    N

    Nacalculatie

    Achteraf uitrekenen wat een project of order werkelijk heeft gekost en opgeleverd, op basis van de uren, materialen en kosten die er echt aan zijn besteed. Je vergelijkt dat met wat je vooraf had verwacht en afgesproken. Het vergelijken met de verwachting heet nacalculatie.

    Lees meer over Nacalculatie

    O

    Offerte

    Een schriftelijk voorstel aan een klant met wat je levert, tegen welke prijs en onder welke voorwaarden, en hoe lang dat voorstel geldt. Accepteert de klant, dan heb je een afspraak om op terug te vallen. Zo'n voorstel heet een offerte.

    Lees meer over Offerte

    Orderbevestiging

    Het bericht waarmee je aan een klant terugmeldt wat die heeft besteld, tegen welke prijs en afspraken, en wanneer je levert. Zo weten beide kanten waar ze aan toe zijn voordat er iets wordt verstuurd. Dat bericht heet een orderbevestiging.

    Lees meer over Orderbevestiging

    P

    Pakbon

    Het papier of bestand dat met een levering meegaat en laat zien wat er in de doos zit: welke artikelen, hoeveel stuks en voor wie. De ontvanger controleert er de zending mee, zonder dat er prijzen op hoeven te staan. Dat document heet een pakbon.

    Lees meer over Pakbon

    Prijslijst

    Een overzicht van de prijzen die je voor je artikelen rekent, per klantgroep, per land of per afspraak anders, met een begin- en einddatum. Zo hoeft niemand bij elke order opnieuw te bedenken wat een artikel kost. Zo'n overzicht heet een prijslijst.

    Lees meer over Prijslijst

    Pro forma factuur

    Een voorlopig overzicht van wat een klant zou moeten betalen, voordat de levering of dienst klaar is. Het is geen echte rekening en maakt geen vordering aan. Klanten gebruiken het om vooruit te betalen of voor de douane. In de handel heet dit een pro forma factuur.

    Lees meer over Pro forma factuur

    R

    Referentie grootboekschema

    Een landelijke standaard voor de nummering en naamgeving van de rekeningen in je boekhouding. Als bedrijven allemaal dezelfde codes gebruiken, kunnen boekhoudsoftware, accountants en overheden elkaars cijfers makkelijker lezen en vergelijken. Kortweg noem je dit RGS, wat voluit het referentie grootboekschema is.

    Lees meer over Referentie grootboekschema

    S

    Stuklijst

    De lijst met alles wat nodig is om één product te maken: de grondstoffen, de onderdelen en de hoeveelheid van elk. Zo weet iedereen wat er in een product zit, wat je moet inkopen en wat het ongeveer kost. In de productie heet die lijst een stuklijst.

    Lees meer over Stuklijst

    V

    Vaste activa

    Bedrijfsmiddelen die je koopt om er meerdere jaren mee te werken, zoals een machine, een bestelbus of een serverpark. Je boekt ze niet in één keer als kosten, maar zet ze op de balans en verdeelt de kosten over de jaren waarin je ze gebruikt. In de boekhouding heten ze vaste activa.

    Lees meer over Vaste activa

    Verkoopfactuur

    De rekening die je naar een klant stuurt voor de goederen of diensten die je hebt geleverd. Daarop staat wat de klant moet betalen, voor wanneer en op welk rekeningnummer. Voor jou is het een vordering op de klant, tot de betaling binnen is. Boekhouders noemen dit een verkoopfactuur.

    Lees meer over Verkoopfactuur

    W

    Winst- en verliesrekening

    Het overzicht dat laat zien of je bedrijf in een bepaalde periode winst of verlies heeft gemaakt. Aan de ene kant staat wat je hebt verdiend, aan de andere kant wat het kostte om dat te doen. Wat overblijft is je resultaat. Op papier heet dit de winst- en verliesrekening.

    Lees meer over Winst- en verliesrekening

    Magazijnbegrippen staan bij BizBloqs

    Termen uit het magazijn, zoals WMS, EDI en picken, leggen we hier niet uit. Die staan in de begrippenlijst van BizBloqs. Naar de BizBloqs-begrippenlijst.

    Een begrip dat je mist?

    Vertel ons welke term nog onduidelijk is. We nemen hem mee in de lijst of leggen hem in een gesprek uit.